Tucht van onderop

Mijn promotieonderzoek met als voorlopige werktitel 'Tucht van onderop' heeft als achtergrond en aanleiding mijn doctoraalscriptie 'De broeder winnen' uit 1994 waarin ik een empirisch kwantitatief onderzoek heb uitgevoerd naar de stand van zaken rond de tucht binnen de Unie van Baptistengemeenten in Nederland. Dit onderzoek heeft aan het licht gebracht dat de tucht binnen de gemeenten van de Unie in de tweede helft van de twintigste eeuw aan betekenis heeft verloren en slechts een toepassing vond op twee terreinen: dat van de trouw aan de gemeentelijke bijeenkomsten en dat van het zedelijke leven. De cijfers op beide terreinen vertonen een duidelijk neerwaartse beweging.

Het promotieonderzoek is van empirisch kwalitatieve aard. Daarbij gaat het om de redenen te achterhalen van het relevantieverlies van de tucht binnen de gemeente. In een verkennend hoofdstuk wordt al meteen duidelijk dat veel kan worden samengevat in het woord verlegenheid. Steeds minder wordt er tucht toegepast, omdat dit in strijd lijkt te zijn met de psychosociale ontwikkelingen in de maatschappij. Veel lijkt samen te hangen met een postmodern levensklimaat en een verregaande vorm van individualisering en pluralisme. Die hebben niet halt gehouden bij de kerkdeuren, maar het denken van gemeenteleden beïnvloed. De tucht is in veel gemeenten een achterhaald verschijnsel dat naar mottenballen ruikt.

Naast een gedegen literatuuronderzoek dat een aantal hoofdstukken gaat beslaan in mijn dissertatie, is er ook een uitvoerig empirisch kwalitatief onderzoek in de vorm van interviews in een aantal van 11 Baptistengemeenten. Voorgangers, raadsleden en gewone gemeenteleden zijn bevraagd op hun gedachten over de tucht. In totaal 44 diepte-interviews (door mijzelf afgenomen) wachten nu op nadere analyse. De kernvraag waarom het in dit empirisch onderzoek gaat, is of de tucht in een andere gestalte dan in het verleden kan plaatsvinden. Is er draagvlak voor de tucht als deze niet langer top-down gebeurt, zoals deze steeds vanuit een kerkenraad werd uitgevoerd, maar wèl als deze bottom-up vanuit het grondvlak van de gemeente wordt gepraktiseerd? Vormen de onderzoekgegevens een bevestiging voor deze hypothese?

Nog voordat een nauwkeurige analyse van de diepte-interviews heeft plaatsgevonden, kan met de nodige voorzichtigheid geconstateerd worden dat een eventuele “toekomst” voor de tucht in deze richting moet worden gezocht. Een nieuw draagvlak voor het Bijbelse instrument van de correctie van gelovigen ligt in een tucht van onderop. Een kerkenraad komt er wel aan te pas, maar in een veel later stadium, als gelovigen persisteren in hun afwijkend en zondig gedrag.

Yme Horjus is emeritus-voorganger en heeft diverse Baptistengemeenten in Nederland als voorganger gediend. Momenteel is hij bezig met een promotieonderzoek naar het draagvlak van de tucht bij gemeenten van de Unie van Baptisten.

Snel bellen:

Dienstencentrum: 020-2103023
Seminarium: 020-2103024