Muziek en morele ruimte

Inleiding
Eind 2015 heb ik in de vrije baptistengemeente de Fontein te Emmeloord een kleinschalig empirisch-contextueel onderzoek uitgevoerd naar de muziek in de gemeente. Wat namelijk opviel in de Fontein is dat er vrij verschillend wordt gereageerd op de zangdiensten. Waar sommige mensen enthousiast meedoen, lijkt een groot deel van de gemeente niet of nauwelijks te participeren in het gebeuren van muziek en zang. In het onderzoek heb ik geprobeerd te kijken waar deze ambivalente houding vandaan komt, hoe dit theologisch te evalueren valt en welke praktische handvatten ik aan zou kunnen reiken aan de oudsten van de gemeente om hier verder mee aan de slag te gaan.

Aanpak
Ik heb een aantal diensten op zondagmorgen in deze gemeente bezocht. Bij twee van deze diensten heb ik mijn waarnemingen opgeschreven waarbij ik mij gericht heb op de zangdiensten. Naar aanleiding van deze diensten heb ik per dienst zowel met de zangleider als met drie willekeurige gemeenteleden gesproken. Dit deed ik aan de hand van semigestructureerde interviews. De uitkomsten van deze interviews heb ik volgens de praktisch-theologische methode van Richard Osmer vervolgens geïnterpreteerd, geëvalueerd en gebruikt om praktische handreikingen te bieden.

Bevindingen
Er bleek uit de interviews dat de zangdiensten in de Fontein nogal verschillend gewaardeerd worden. Waar de een de zangdienst zeer kan waarderen kan een ander dat helemaal niet. Wat alle geïnterviewden echter gemeenschappelijk vonden was dat de mate van participatie door de gemeenteleden te wensen overliet. De meest genoemde verklaringen hiervoor waren de volgende: De functie en het doel van de samenzang zou niet door iedereen begrepen worden. De rol van de band en zangleider is niet helder omschreven waardoor deze zeer verschillend wordt ingevuld. De orde van dienst staat niet vast en wordt vaak niet als een eenheid ervaren.

Deze bevinden heb ik vervolgens nog theologisch geëvalueerd aan de hand van het begrip morele ruimte. Aan de hand van de woorden samen, kruis en nieuw heb ik gekeken naar hoe de gemeente in deze niet-ideale situatie een weg kan zoeken naar verandering. En hoe er in dit proces met elkaar omgegaan zou moeten worden. Ten slotte heb ik de oudsten van de gemeente het advies gegeven om de liturgische functie van de samenzang, de rol van de band en zangleider, en de orde van dienst goed te doordenken samen met de betrokken muzikanten, zangleiders en uiteindelijk ook met de hele gemeente.

Besluit oudsten
De oudsten, onder leiding van de voorganger, hebben hierop besloten deze zaken in eerste instantie te gaan doordenken met een aantal bij de muziek betrokken personen. De bevindingen van deze groep zullen vervolgens gemeentebreed gecommuniceerd worden waarbij er verschillende praktische stappen zullen worden ondernomen die op dit moment nog onbekend zijn.

Paulus de Jong is bachelorstudent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam

Cookie Control