Opleidingsraad

De Opleidingsraad adviseert en ondersteunt de Unieorganisatie m.b.t. de opleidingen en evalueert mede het functioneren van het seminarium. De Opleidingsraad richt zich daarbij op:

  • de identiteit van het onderwijs,
  • de kwaliteit van het onderwijs,
  • de samenwerking met andere onderwijsorganisaties en geloofsgemeenschappen,
  • de verbondenheid van het seminarium met de gemeenten in de Unie.

De Opleidingsraad adviseert gevraagd en ongevraagd. Voorstellen van de rector aan de Unieraad (UR) en van de UR aan de Algemene Vergadering (AV) die het seminarium betreffen gaan vergezeld van een advies van de Opleidingsraad.

De leden van de Opleidingsraad worden benoemd door de UR, die hierbij overlegt met de rector. De raad functioneert in samenspraak met rector en UR, maar heeft een eigen verantwoordelijkheid.

Organisatie

De Unieraad is namens de gemeenten belast met het voorbereiden en uitvoeren van het door de AV bepaalde beleid en het toezicht op de werkorganisatie. De UR bestuurt daarbij op hoofdlijnen en verdeelt haar aandacht over diverse werkvelden en projecten. De directeur van de werkorganisatie informeert de UR over de gang van zaken; inzake het seminarium kan daarnaast de rector zorgen voor specifieke informatie. Voor meer gerichte informatie en advies over bepaalde zaken kunnen de werkorganisatie en de UR een beroep doen op permanente adviesgroepen of tijdelijke werkgroepen. De opleidingsraad is binnen de Unie een permanent adviesorgaan op het gebied van onderwijs en opleidingen.

Adviseren, ondersteunen, evalueren

De rector heeft een brede taak. Hij geeft les en is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het seminarium. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling en het onderhouden van relaties. Het is bij de laatste twee taken van belang dat hij advies en daadwerkelijke ondersteuning krijgt van deskundige en betrokken mensen.

De UR en de gemeenten zijn gebaat bij een onafhankelijk en deskundig advies over de doorgaans complexe zaken op het gebied van onderwijs en opleidingen.

Om ondersteuning en advies te kunnen bieden moet de Opleidingsraad bestaan uit deskundige en goed geïnformeerde mensen uit de Uniegemeenschap.

De Opleidingsraad:

  • volgt het functioneren van het seminarium,
  • onderhoudt een deel van de contacten met andere instellingen (onderwijsinstellingen en geloofsgemeenschappen),
  • bezint zich op de gevolgen van ontwikkelingen in kerk en maatschappij voor het seminarium.

Hierdoor is de Opleidingsraad in staat een waardevolle partner voor rector, UR en gemeenten te zijn. Een partner die meedenkt, meewerkt, maar ook meekijkt en (indien nodig) tegenspraak biedt. De Opleidingsraad vergroot de cirkel van betrokkenen bij het seminarium en biedt de UR en AV een waarborg dat het seminarium de door haar aangegeven weg gaat.

Formele positie

De leden van de Opleidingsraad worden benoemd door de UR, die hierbij overlegt met de rector. De raad functioneert in samenspraak met rector en UR, maar heeft een eigen verantwoordelijkheid.

Rector en UR zullen de Opleidingsraad betrekken bij voorstellen van enige importantie die het seminarium betreffen zoals inzake beleid, koers en identiteit.
Voorbeelden van dergelijke voorstellen zijn:

  • De aanstelling van rector en bijzonder hoogleraar;
  • De samenstelling van het docententeam;
  • Het aangaan van formele samenwerkingsovereenkomsten met onderwijsinstellingen en geloofsgemeenschappen;
  • De mogelijkheden voor de financiering van onderwijsactiviteiten.
  • Zulke voorstellen aan de UR of van de UR aan de AV gaan vergezeld van een advies van de Opleidingsraad.

De Opleidingsraad heeft geen bestuurlijke bevoegdheden. UR en AV kunnen besluiten nemen die afwijken van een advies van de Opleidingsraad.

Samenstelling en werkwijze

De Opleidingsraad bestaat uit minimaal drie leden. Zij worden door de Unieraad benoemd voor een periode van maximaal drie jaar, die eenmaal kan worden verlengd. Leden kunnen worden voorgedragen door gemeenten, de werkorganisatie of door de Opleidingsraad zelf.

De Opleidingsraad vergadert normaliter vier maal per jaar, samen met de rector, een vertegenwoordiger van de UR en een vertegenwoordiger van de Commissie voor de Beroepbaarstelling. Naast concrete voorstellen en plannen worden in deze vergaderingen de ontwikkelingen binnen het seminarium besproken. Verder wordt aandacht besteed aan relevante ontwikkelingen binnen de onderwijswereld, binnen de Unie, binnen geloofsgemeenschappen waarmee relaties bestaan, binnen het overheidsbeleid en binnen de maatschappij.

Vertegenwoordigingen in externe organen, als de Raad van Advies van Windesheim, het Curatorium voor de Bijzonder Leerstoel, het bestuur van het CERT en bestuur of raad van toezicht van het IBTS worden zoveel mogelijk vervuld door de rector of leden van de Opleidingsraad. Op deze manier worden ontwikkelingen en samenhang tussen de verschillende organen gevolgd en gewaarborgd, en ontstaat een netwerk van optimaal geïnformeerde mensen. Verslagen van besprekingen van deze organen worden, evenals de verslagen van de Werkveldcommissie 1), besproken in de Opleidingsraad.

Identiteit, kwaliteit, samenwerking, verbondenheid

De Opleidingsraad richt zich specifiek op:
•    identiteit van het onderwijs,
•    kwaliteit van het onderwijs,
•    samenwerking met andere onderwijsorganisaties en geloofsgemeenschappen,
•    de verbondenheid van het seminarium met de gemeenten in de Unie.

Identiteit

Het bestaansrecht van het seminarium ligt in het vorm geven van de eigen baptistenidentiteit in het onderwijs. Het is daarom van groot belang dat de Opleidingsraad specifiek aandacht heeft voor identiteit. Dit te meer omdat het bij samenwerking met onderwijsinstellingen van belang is voldoende ruimte te krijgen voor het invullen van onze identiteit.

Kwaliteit

De kwaliteit van het onderwijs wordt primair getoetst door de onderwijsinstellingen waarmee het seminarium samenwerkt. Het is echter van belang ook vanuit de Unie aandacht te hebben voor de kwaliteit. Om het seminariumonderwijs te evalueren moet aandacht worden gegeven aan de ontwikkelingen in gestelde eisen en toetsmethoden. Daarnaast geldt dat vanuit onze eigen identiteit aanvullende criteria voor de kwaliteit naar voren kunnen komen.

Samenwerking

Samenwerking met onderwijsinstellingen en geloofsgemeenschappen is van groot belang voor het seminarium, dat alleen als onderdeel van een netwerkorganisatie kan functioneren. Het is van belang de bestaande relaties te onderhouden. Verder is er sprake van snelle ontwikkelingen in zowel de kerkelijke wereld als de onderwijswereld. Dit betekent dat een doorgaande bezinning op samenwerking met andere partijen nodig is en dat regelmatig verkennende gesprekken met geloofsgemeenschappen en instellingen wenselijk zijn.

Verbondenheid

Het seminarium streeft naar een goede relatie met de gemeenten in de Unie, heeft  zicht op ontwikkelingen in de gemeenten en probeert optimaal tegemoet te komen aan de wensen en behoeften van de gemeenten. Ook dit is een aandachtsveld voor de Opleidingsraad.

1)  De werkveldcommissie (WVC) bestaat uit mensen uit het werkveld (overwegend voorgangers) waarvoor het seminarium opleidt. De WVC komt tweemaal per jaar bijeen en geeft de docenten feedback op het curriculum en de onderwijsprofielen. Zo helpen zij het seminarium om te weten wat er op het werkveld nodig is en daar in de opleiding rekening mee te houden.

Snel bellen:

Dienstencentrum: 020-2103023
Seminarium: 020-2103024