Dutch Bulgarian Chinese (Simplified) Czech English Estonian French German Italian Russian Spanish Turkish Ukrainian

Theologische Vorming

Baptisten Seminarium

"Groeien in toegewijde aarde"

Routes

  • Afspraak maken?

    Afspraak maken?

    Overweeg je een studie theologie, maar heb je vragen over een van onze routes, of twijfel je over een studie? Als seminarium denken we graag met je mee en leren we je graag kennen. Ook als je straks toch iets heel anders gaat doen. Maak snel een afspraak!

    Regelen!

Studiedag ‘Radicaal geloof leren leven’

Op 31 oktober 2017 organiseerde Stichting Proclaim in samenwerking met het Baptisten Seminarium in Ede een conferentie over 500 jaar Reformatie, met speciale aandacht voor de Radicale Reformatie van de dopers. Een verslag.

De dag begon met een verrassingsbezoek van ‘Maarten Luther zelf’. Hij vertelde over de aanleiding voor zijn Bijbelvertaling in de volkstaal.

De rector van het Baptistenseminarium Teun van der Leer vroeg in zijn toespraak aandacht voor de uitdaging van de doperse Radicale Reformatie. “Daarbij heeft het radicale van de Radicale Reformatie zowel betrekking op het volledig teruggaan naar de wortels van de kerk in het Nieuwe Testament, als op de instelling om radicaal door te reformeren, waar de reformatoren in de optiek van de radicalen te vroeg waren gestopt”, legde hij uit.
Hij stond uitgebreid stil bij de rol die ‘navolging’ door de eeuwen heen speelde. “De dopers zagen de nieuwe fase in de heilsgeschiedenis, door de dood en opstanding van Christus, gestalte krijgen door middel van een gemeente van navolgers van Christus”, aldus Van der Leer. “De nadruk van de Reformatie op geloof was voor hen op zichzelf wel goed, maar onvoldoende; dit geloof diende gestalte te krijgen in levensvernieuwend gedrag. Het grote woord van de Dopers was dan ook niet ‘geloof’, zoals bij de hervormers, maar ‘navolging’.” Met een beroep op Bonhoeffer hield Van der Leer ze nauw bijeen: “Geen genade zonder navolging; geen navolging zonder genade”


Yme Horjus, emeritus-predikant en voormalig rector van het seminarium, begon zijn bijdrage met een schets van de persoon Maarten Luther. “Luther ging als jonge man gebukt onder de last van zijn zonde”, vertelde hij. “Zijn angst om niet aanvaardbaar te zijn voor God dreef hem voort. Bij zijn intrede in het klooster was er voor hem één allesbeheersende vraag: hoe krijg ik een genadige God?” Er ging Luther, volgens Horjus, werkelijk een licht op, toen hij ontdekte “dat achter de uitdrukking ‘gerechtigheid Gods’ in Romeinen 1:17 niet een loodzware last van werkheiligheid schuilging, maar een bevrijdende boodschap van een geschonken gerechtigheid!” Oftewel: God vráágt geen gerechtigheid, maar schénkt die! “ Vervolgens zette Horjus ook enkele kanttekeningen bij Luther, zowel bij zijn ‘moeilijke karakter’ als bij zijn vermeende eenzijdige verstaan van de term rechtvaardiging. Waar Luther deze enkel uitlegde als een juridische vrijspraak van schuld, “krijgt de zondaar door het geloof óók morele gerechtigheid: de heiliging, hij wordt iemand die de gerechtigheid ook dóet.”
Horjus eindigde met een aantal overwegingen rondom het onderwerp zondebesef, waarbij hij constateerde dat Luthers vraag ‘Hoe vind ik een genadig God?’ niet meer de vraag is die ons vandaag prangt. Het woord ‘zonde’ is niet populair en “in de evangelische wereld lijkt het er wel eens op dat je het wel over de zonde mag hebben, maar zo gauw mogelijk terecht moet komen bij de genade.” Ook onder theologen merkt hij dat ze liever de nadruk op andere aspecten van het evangelie leggen. “Maar”, zegt Horjus, hoe breed het evangelie ook is, “ik blijf geloven dat het vertrekpunt van alle theologiseren het kruis van Christus is”.

Henk Bakker greep het thema van de dag aan om ‘een olifant in de kerk’ aan de kaak te stellen, namelijk geweld: “het gebruik van agressie en het genieten van agressie”. “Geweld neemt in de beleving van mensen, zowel van gelovigen als ongelovigen, veel ruimte in, maar er wordt in de gemeente nauwelijks over gepraat”, meent Bakker. “Het is wrang om te zien dat nu, na vijf eeuwen, een van de meest onderscheidende kenmerken van de Radicale Reformatie te vaak over het hoofd wordt gezien.” Bakker schetste de verschillen in opvatting rondom geweld in de prille jaren van de Reformatie. Tegenover de autoriteiten en ook hervormers die veel geweld gebruikten, stond een persoon als Menno Simons die mede op basis van Jezus’ Bergrede geweldloosheid predikte. “Zijn visie op het Koninkrijk Gods was een geheel andere dan die van de agressieve dopers”, aldus Bakker. “De middelen van Christus’ Koninkrijk zijn niet aards, zei hij. Aards geweld komt er dan ook niet aan te pas en zeker geen menselijke wapens.” Net als in de vroege kerk werd door deze dopers geweld en het doden van een tegenstander als een hoofdzonde beschouwd.
Bakker sprak er zijn zorg over uit dat de ethiek van geweld en vrede vandaag de dag nauwelijks nog aandacht krijgt in de kerk. “De verheerlijking van geweld neemt zulke dominante vormen aan dat het een groot verzuim is als kerken niet in beweging komen en niets vanuit het evangelie te bieden hebben”, zei hij. Hij bepleitte dat we terug moeten keren “naar de expertise van het christelijk geloof, namelijk verzoenen en vergeven. Radicaal leren leven betekent in dit kader dat we niet meer kunnen doen alsof geweld geen groot ding is, alsof we geen deel uitmaken van het probleem, en al evenmin kunnen we doen alsof we geen deel kunnen uitmaken van de oplossing. Ga als gemeente het gesprek aan en kom met ethische handreikingen die verlossend zijn. Zo is het evangelie bedoeld.”

De dag werd afgesloten met afsluitende prediking door Michael Gorsira, die vanuit Esther handreikingen bood voor moedige keuzes in moeilijke tijden in aansluiting op de eerdere lezingen:

 

rgll 1
rgll 4
rgll 2
rgll 3

Docenten

Neem contact op

captcha

Snel bellen:

Dienstencentrum: 020-2103023
Seminarium: 020-2103024