Project 'Groentjes' deel 2

Inmiddels is het project 'Groentjes' in haar tweede fase aangekomen. In de eerste fase is Wout Huizing met een aantal 'vergrijzende' gemeenten in gesprek gegaan. De resultaten hiervan staan inmiddels op deze website (http://baptisten.nl/okbi/empirisch/62-resultaten/832-project-groentjes). Ronald van der Oever verdiept zich nu in hoe jong en oud in de gemeente met elkaar verbonden kunnen worden, met andere woorden: hoe we een intergeneratieve gemeente kunnen zijn.

Hier vind je de PowerPoint van de presentatie die Ronald op de afgelopen AV heeft gehouden over dit onderwerp.

Ronald van den Oever (1968) is sinds 2013 werkzaam als coach/adviseur voor het jongerenwerk en maakt deel uit van het team Missionaire Gemeente Ontwikkeling

Tucht van onderop (2)

Mijn promotieonderzoek met als voorlopige werktitel Tucht van onderop heeft als achtergrond en aanleiding mijn doctoraalscriptie De broeder winnen uit 1994 waarin ik een empirisch kwantitatief onderzoek heb uitgevoerd naar de stand van zaken rond de tucht binnen de Unie van Baptistengemeenten in Nederland. Dit onderzoek heeft aan het licht gebracht dat de tucht binnen de gemeenten van de Unie in de tweede helft van de twintigste eeuw aan betekenis heeft verloren en slechts een toepassing vond op twee terreinen: dat van de trouw aan de gemeentelijke bijeenkomsten en dat van het zedelijke leven. De cijfers op beide terreinen vertonen een duidelijk neerwaartse beweging.

Het promotieonderzoek is van empirisch kwalitatieve aard. Daarbij gaat het om de redenen te achterhalen van het relevantieverlies van de tucht binnen de gemeente. In een verkennend hoofdstuk wordt al meteen duidelijk dat veel kan worden samengevat in het woord verlegenheid. Steeds minder wordt er tucht toegepast, omdat dit in strijd lijkt te zijn met de psychosociale ontwikkelingen in de maatschappij. Veel lijkt samen te hangen met een postmodern levensklimaat en een verregaande vorm van individualisering, relativisme en pluralisme. Die hebben niet halt gehouden bij de kerkdeuren, maar het denken van gemeenteleden beïnvloed. De tucht is in veel gemeenten een achterhaald verschijnsel dat naar mottenballen ruikt.

Naast een gedegen literatuuronderzoek dat een aantal hoofdstukken gaat beslaan in mijn dissertatie, is er ook een uitvoerig empirisch kwalitatief onderzoek in de vorm van interviews in een aantal van 11 Baptistengemeenten. Voorgangers, raadsleden en gewone gemeenteleden zijn bevraagd op hun gedachten over de tucht. In totaal 44 diepte-interviews (door mijzelf afgenomen) wachten nu op nadere analyse. De kernvraag waarom het in dit empirisch onderzoek gaat, is of de tucht in een andere gestalte dan in het verleden kan plaatsvinden. Is er draagvlak voor de tucht als deze niet langer top-down gebeurt, zoals deze steeds vanuit een kerkenraad werd uitgevoerd, maar wèl als deze bottom-up vanuit het grondvlak van de gemeente wordt gepraktiseerd? Vormen de onderzoekgegevens een bevestiging voor deze hypothese?

Nog voordat een nauwkeurige analyse van de diepte-interviews heeft plaatsgevonden, kan met de nodige voorzichtigheid geconstateerd worden dat een eventuele “toekomst” voor de tucht in deze richting moet worden gezocht. Een nieuw draagvlak voor het Bijbelse instrument van de correctie van gelovigen ligt in een tucht van onderop. Een kerkenraad komt er wel aan te pas, maar in een veel later stadium, als gelovigen persisteren in hun afwijkend en zondig gedrag. Opvallenderwijs duiken in de interviews termen op als ‘accountability’ en ‘elkaar aanspreken op’. Dit lijkt de vraag naar draagvlak voor de tucht te beantwoorden. Men ziet wel toekomst voor de tucht vanuit de wederkerige verantwoordelijkheid (reciprociteit en mutualiteit) die de gelovigen voor elkaar dragen in weerwil van het postmoderne levensklimaat, waarin wij nog steeds verkeren. Een ander punt van aandacht vormt het telkens weer terugkeren van de ‘afhouding van het avondmaal’ als sanctiemiddel. De ervaringen van mensen wordt gedomineerd door herinneringen aan dit soort tuchtmaatregelen, waarbij niet aan de indruk kan worden ontkomen dat deze ecclesiologische reflex diepe wortels heeft, die teruggaan tot op de reformatie onder Calvijn. Hierop zal nader moeten worden gereflecteerd. Moeten ‘de eer van God’ en ‘de heiligheid van de gemeente’ wel voorafgaan aan ‘het behoud van de zondaar’ zoals het bij Calvijn het geval was en dat ook tot op de dag van vandaag het leidende principe is in tuchtsituaties, ook in Baptistengemeenten?

Er wordt nu een begin gemaakt met de analyse van de kwalitatieve data, die een schat aan gegevens zullen opleveren om de voornaamste onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden of er draagvlak is in de kerk van de 21e eeuw, in het bijzonder binnen de Unie van Baptistengemeenten.

Ede, 27 augustus 2016

Yme Horjus is emeritus-voorganger en heeft diverse Baptistengemeenten in Nederland als voorganger gediend. Momenteel is hij bezig met een promotieonderzoek naar het draagvlak van de tucht bij gemeenten van de Unie van Baptisten.

Tucht van onderop

Mijn promotieonderzoek met als voorlopige werktitel 'Tucht van onderop' heeft als achtergrond en aanleiding mijn doctoraalscriptie 'De broeder winnen' uit 1994 waarin ik een empirisch kwantitatief onderzoek heb uitgevoerd naar de stand van zaken rond de tucht binnen de Unie van Baptistengemeenten in Nederland. Dit onderzoek heeft aan het licht gebracht dat de tucht binnen de gemeenten van de Unie in de tweede helft van de twintigste eeuw aan betekenis heeft verloren en slechts een toepassing vond op twee terreinen: dat van de trouw aan de gemeentelijke bijeenkomsten en dat van het zedelijke leven. De cijfers op beide terreinen vertonen een duidelijk neerwaartse beweging.

Het promotieonderzoek is van empirisch kwalitatieve aard. Daarbij gaat het om de redenen te achterhalen van het relevantieverlies van de tucht binnen de gemeente. In een verkennend hoofdstuk wordt al meteen duidelijk dat veel kan worden samengevat in het woord verlegenheid. Steeds minder wordt er tucht toegepast, omdat dit in strijd lijkt te zijn met de psychosociale ontwikkelingen in de maatschappij. Veel lijkt samen te hangen met een postmodern levensklimaat en een verregaande vorm van individualisering en pluralisme. Die hebben niet halt gehouden bij de kerkdeuren, maar het denken van gemeenteleden beïnvloed. De tucht is in veel gemeenten een achterhaald verschijnsel dat naar mottenballen ruikt.

Naast een gedegen literatuuronderzoek dat een aantal hoofdstukken gaat beslaan in mijn dissertatie, is er ook een uitvoerig empirisch kwalitatief onderzoek in de vorm van interviews in een aantal van 11 Baptistengemeenten. Voorgangers, raadsleden en gewone gemeenteleden zijn bevraagd op hun gedachten over de tucht. In totaal 44 diepte-interviews (door mijzelf afgenomen) wachten nu op nadere analyse. De kernvraag waarom het in dit empirisch onderzoek gaat, is of de tucht in een andere gestalte dan in het verleden kan plaatsvinden. Is er draagvlak voor de tucht als deze niet langer top-down gebeurt, zoals deze steeds vanuit een kerkenraad werd uitgevoerd, maar wèl als deze bottom-up vanuit het grondvlak van de gemeente wordt gepraktiseerd? Vormen de onderzoekgegevens een bevestiging voor deze hypothese?

Nog voordat een nauwkeurige analyse van de diepte-interviews heeft plaatsgevonden, kan met de nodige voorzichtigheid geconstateerd worden dat een eventuele “toekomst” voor de tucht in deze richting moet worden gezocht. Een nieuw draagvlak voor het Bijbelse instrument van de correctie van gelovigen ligt in een tucht van onderop. Een kerkenraad komt er wel aan te pas, maar in een veel later stadium, als gelovigen persisteren in hun afwijkend en zondig gedrag.

Yme Horjus is emeritus-voorganger en heeft diverse Baptistengemeenten in Nederland als voorganger gediend. Momenteel is hij bezig met een promotieonderzoek naar het draagvlak van de tucht bij gemeenten van de Unie van Baptisten.

Good Samaritans? A Theological Analysis of Christian ‘Neighbourship’ in the Light of Growing Problems of Social Division

With regard to the social structure of the Netherlands, significant shifts are taking place. A transformation is taking place from a welfare state towards a ‘participation society’. Although heavily contested by some, a new emphasis is put on the role and responsibility of citizens, their networks and localities like the neighbourhood. This emphasis resonates with a growing grass-roots interest in ‘the local’ in some (elitist?!) segments of society: A renewed interest in locally produced food and all kinds of local (and digital!) community sharing initiatives. At the same time these developments are overshadowed by growing concerns of division/segmentation in society, along ethnic, economic, educational, and religious lines. Religion has traditionally played an important role in Dutch society, in areas of care, wellbeing and social cohesion. The latter part of the 20th century has shown a decreasing role of religion, as its institutions lost many adherers and the secularity discourse became dominant. However, at the beginning of the 21st century, it is clear that religion has not disappeared, but has transformed and changed remarkably. Influenced by the upcoming network society and processes of individualization, religious authorities have shifted, modes of belonging to religious communities have altered and the construction of religious identities has changed. Current research in religion seeks to understand these changes in faith dynamics. One of these dynamics is the renewed (missional) interest in neighbourhoods, resulting in all different kinds of fresh expressions and new initiatives.

This practical theological research will focus on this renewed missional interest in the neighbourhood by churches and individual Christians over against the signalled problems of social division in society. More precisely, the research will try to capture the lived and perceived praxis of ‘neighbourship’ of individual Christians in relation to their faith communities as a theological praxis. ‘Neighbourship’ can be understood as a field of practices, concerned with caring, paying attention, including/excluding, praying, relating, conversing, etc. These everyday practices will for many of the participants of the research have religious dimensions. The research will be related to contemporary missional and ecclesiological debates on the role of the church in Dutch urban contexts. It will also discuss this praxis of neighbourship in the light of the growing problems of segmentation in society, and critically discuss whether and to what extent religion has a positive, constructive role to play. As people of faith, Christians share an ethical commitment of love for their ‘neighbours’ and a search for the kingdom of God. At the same time, they are socially, ethnically and economically inculturated. With the growing need for bridge-builders in our present, postsecular, pluralistic society, what shape does Christian faith take in ordinary faith communities and believers in an ordinary neighbourhood?

Hans Riphagen (1983) woont in Utrecht en is lid van Baptistengemeente de Rank in Utrecht. Hij werkt binnen de Unie voor zending en diaconaat en is deel van het team Missionaire Gemeente Ontwikkeling. Vanuit de Unie zit hij in het bestuur van de European Baptist Mission International (EBMI). Als gastdocent geeft hij het vak ‘liturgiek’ aan het seminarium. Hans promoveert op een onderzoek naar nabuurschap van christenen en kerken in de wijk waar hij woont.

Project 'Groentjes'

Het afgelopen jaar is Wout Huizing namens de Unie van Baptistengemeenten in Nederland in het project 'Groentjes' met een aantal 'vergrijzende' gemeenten in gesprek geweest. Het rapport van dit project is hieronder toegevoegd.

Uit het voorwoord: "In dit rapport wordt verslag gedaan van een project dat is uitgevoerd in 2016 binnen vier baptisten (Unie)gemeenten in Nederland, waarvan de gemiddelde leeftijd van de leden boven de 65 jaar is. Het is geenszins een uitgangspunt geweest om de oudere generatie een uitzonderingspositie te geven en als aparte groep aan te merken, maar wél om te verkennen wat het betekent wanneer kleine gemeenten vergrijzen. Welke doorwerking heeft dit op de wijze van gemeente-zijn? En wat kan van hun situatie geleerd worden binnen de Uniegemeenschap?"

Het rapport van dit project vindt u hier. Daarnaast een PowerPoint als introductie op het project, een artikel over het project in Baptisten.nu en het rapport van een eerder onderzoek over deze thematiek binnen de Unie van Baptistengemeenten: 'Het zilveren fundament, een visie voor een ouder wordende kerk'.

Wout Huizing (1957) woont in Den Haag en is daar lid van de baptistengemeente, die hij diende als voorganger van 1985 tot 1993. Wout is aan het Seminarium verantwoordelijk voor stagebegeleiding, intervisie en supervisie. Daarnaast is hij als stafmedewerker verbonden aan de landelijke koepel Reliëf, een christelijke vereniging van zorgaanbieders

Snel bellen:

Dienstencentrum: 020-2103023
Seminarium: 020-2103024